16 maart: Klaar voor mijn eerste 4-daagse tocht

17 maart: De eerste stappen naar Portugal

Morgenvroeg is het eindelijk zover! De start van mijn grote reis, met Sagres, Portugal als ultieme bestemming. Een flinke uitdaging, maar ik begin bescheiden: vier dagen wandelen langs de GR 120, ook wel bekend als de Sentier du Littoral.

Het avontuur begint in De Panne, waar Stacha me afzet aan het station van Gent. En zoals het een goed geplande reis in België betaamt, begint mijn tocht met een algemene treinstaking. Maar met een flinke dosis optimisme (en de hoop dat de NMBS zichzelf niet volledig opblaast), gok ik erop dat er toch minstens één trein van Gent naar De Panne zal rijden.

Vanaf het Monument van Leopold I—de plek waar België’s eerste koning in 1831 letterlijk op het strand werd gedropt—begin ik mijn tocht richting Leffrinckoucke (of voor de West-Vlamingen: Leffrinkhoeke). Het is een wandeling van 16,5 km langs een kustlijn die veel meer geschiedenis heeft dan je op het eerste gezicht zou denken.


De streek waar ik doorheen trek

De eerste dag voert me langs de duinen en stranden van De Panne, helemaal tot aan de Franse grens. Dit gebied heeft door de eeuwen heen de eeuwige strijd tussen zand en mens meegemaakt. Mensen probeerden bossen aan te planten om het verschuivende zand in toom te houden—een strijd die tot op de dag van vandaag nog steeds met wisselend succes wordt gevoerd.

In Leffrinckoucke (probeer dat maar eens drie keer snel uit te spreken zonder je tong in de knoop te leggen), passeer ik de ruïnes van Fort des Dunes. Gebouwd in 1878 als verdedigingswerk tegen… tja, zo’n beetje alles. Het overleefde de Tweede Wereldoorlog, al hebben de Duitsers er tijdens de bezetting flink huisgehouden. Vandaag de dag ligt het stil en verborgen tussen de duinen, een indrukwekkende herinnering aan het verleden.

Op dinsdag trek ik het binnenland in naar Coudekerque-Village (Koudekerke-dorp in het Vlaams) (15,8 km verder). Dit gebied was ooit een groot moeras, waar Vikingen huishielden, en later een strategische locatie in de Tachtigjarige Oorlog. Een plek waar vroeger kanonnen bulderden—al hoop ik dat het enige geluid dat ik hier hoor afkomstig is van een vers getapte pint bier.

Dag 3 wordt de zwaarste etappe: 19,3 km naar Brouckerque (Broekkerke). Dit dorpje ligt aan een oude handelsroute, waar vroeger smokkelaars, schippers en handelaars druk in de weer waren. In de 17e en 18e eeuw was het een levendige plek voor kapiteins, boeren en heren met ietwat dubieuze zakelijke transacties. Vandaag is het vooral een rustig stukje platteland—waar ik ongetwijfeld mijn pijnlijke benen ga vervloeken.

De laatste etappe brengt me naar Bourbourg (13,1 km). Ooit een belangrijke vestingstad, met een middeleeuws karakter dat nog steeds in de architectuur te zien is. Vanaf hier neem ik het openbaar vervoer naar Calais, waar mijn trein naar Brussel op donderdagavond vertrekt. Tegen 22:00 uur ben ik thuis—hopelijk zonder blaren en met een rugzak vol verhalen.


Een luchtige noot (letterlijk en figuurlijk)

Vier dagen wandelen, en ik weet nu al dat er nul kans is dat ik dit avontuur doorkom zonder minstens één slecht geplande plaspauze in de duinen, met als resultaat natte sokken of erger.

Daarnaast ga ik testen hoe goed mijn kampeeruitrusting bestand is tegen de meest onvoorspelbare factor van deze reis: mezelf.

Als alles goed gaat, kom ik terug met een gevoel van voldoening, met zo min mogelijk gescheurde sokken, en met een buik die minstens één Nutella-crêpe te veel heeft verwerkt. Maar laten we eerlijk zijn: het echte avontuur begint pas als ik verder trek richting Portugal. Deze vier dagen zijn slechts de opwarming—ik hoop maar dat mijn voeten dat ook zo zien.

Op naar de eerste stappen van een groot avontuur!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.